07 Prijsuitreiking

Winnaar Boy Edgar Prijs doet naam vooruitstrevend te zijn eer aan op eigen muzikale avond. © Het Parool.

AMSTERDAM – De laureaat van de Boy Edgar Prijs, de meest eervolle bekroning in de jazz, mocht zelf kiezen, wie hem de 12.500 euro en het plastiek van Jan Wolkers overhandigt. Drummer Pierre Courbois (68) wilde SP-leider Jan Marijnissen. Hij kreeg de prijs gisteren (19 mei 2008) in het Bimhuis.
“Jan Marijnissen? Er komt toch geen Socialistische Jazzpartij?!” was de grap. Marijnissen bekende dat hij geen bijzondere kennis van jazz had. Het zat zo: Pierre Courbois schreef in 1998 de herkenningstune “Big Party” voor de SP. Jarenlang klonk dat bij elke openbare bijeenkomst van de partij.
Op de vraag van presentator Vera Vingerhoeds waar Courbois het plastiek van Wolkers het komende jaar zal neerzetten, had de drummer nog wel een goede anekdote. Courbois verzorgde jaren geleden de muziek bij een vernissage van Wolkers’ beeldende werk en deze had hem gevraagd: “In welk jaar heeft mijn plastiek bij jou op de schouw gestaan?” Het antwoord was: “Nooit. Ik heb geen schouw (Courbois woont op een woonboot in de Rijn bij Arnhem) en ik heb de prijs nooit gewonnen.” Courbois mocht daarop van Wolkers een schilderij uitzoeken.
Courbois: “Dat schilderij heeft hetzelfde ritme als het plastiek. Dus ik plaats ze bij elkaar.” Vingerhoeds vroeg zo uitgebreid naar de bestemming van Wolkers’ plastiek, omdat er wilde verhalen over de omgang met het torenvormige beeld de ronde doen. Ex-winnaar Han Bennink zou hem aan een touw in de sloot hebben gehangen. Bij Sean Bergin was het kunstwerk achter de piano gevallen, waardoor hij hem maanden kwijt was. Ernst Reijseger of Ab Baars, dat is niet helemaal duidelijk, liet hem op de avond van de uitreiking nog achterop de fiets staan. Courbois wist nog een voorbeeld: Hans Dulfer legde het beeld in de achterbak van zijn auto, die hij de volgende dag verkocht.
De winnaar mag niet alleen bepalen wie de Boy Edgar Prijs uitreikt, hij mag ook zijn eigen muziekavond samenstellen. Courbois gaf in vier sets een overzicht van zijn lange en indrukwekkende carrière.
Hij werd in 1940 in Nijmegen geboren als zoon van twee amateurmuzikanten, die stomme films begeleidden in de bioscoop. Na de middelbare school ging hij naar de kunstacademie in Arnhem, waar hij als edelsmid is afgestudeerd. In de avonduren bezocht hij het conservatorium, waar hij klassiek slagwerk en compositie studeerde.
In de jaren zeventig was Courbois grensverleggend met zijn fusionband Association P.C. Samen met zijn broer Jacques bouwde hij een complete drumset van doorzichtig perspex, een instrument waarop hij tot op de dag van vandaag speelt en dat inmiddels is uitgebreid met gongs.
Over zijn enorme drumkit gaf Courbois uitleg. Hij citeerde Willem Breuker vrijelijk: “Je zult altijd zien, dat je net die trommels nodig hebt, die je niet bij je hebt.”
Courbois liep ook voorop bij nieuwe ontwikkelingen als hardbop en freejazz.
Vooruitstrevend was hij in zijn spel op de toegevoegde analoge elektronica bij de drums.
Ook zijn spel met brushes en zijn andere specialisatie, de vijfkwartsmaat, zijn beroemd.
Courbois begon de avond experimenteel met pianist Polo de Haas, met wie hij het Gong Duo vormt. Dat moet letterlijk worden genomen. Courbois ging zo tekeer op de gongs dat de luisteraar zich met zijn hoofd tussen de klokken van de Westertoren waande.
Met het Waterland Sextet speelde Courbois meer toegankelijke orkestrale bop, waarbij de drie blazers vaak als een close harmony koortje klonken. Mooi was de dynamiek die het zestal aanbracht in de muziek, dat het ene moment deed denken aan een verkeersopstopping, het andere moment aan het fluisteren van de wind.
Met zijn Vijfkwarts Sextet, zijn belangrijkste band van het moment, liet Courbois horen dat ‘er niets bijzonders is aan een vijfkwartsmaat. Die is ook niet onregelmatig, alleen maar oneven. En wist u dat oneven maten vrouwelijk zijn en even maten mannelijk’?
Tot dan toe had de bescheidenheid van de drummer de boventoon gevoerd. Courbois is vooral eerst een groepsspeler, geen showman. Zijn spel is vol, maar hij laat ook stiltes vallen. Karakteristiek is het beeld van hem met de armen over elkaar achter het drumstel, met brede glimlach om de mond luisterend naar de anderen.
Maar toen trad de nachtmerrie van elke buurt aan: het BCDE Kwartet, bestaande uit vier drummers van dezelfde krasse generatie: Han Bennink (met alleen een snaredrum), Courbois, Martin van Duynhoven, en John Engels. Nu kon het keten beginnen.
Als er al kwade geesten in het Bimhuis rondwaarden, dan zijn ze er nu allemaal uitgeramd !

Maartje de Breeijen.