04 Jan van Halen

Een van mijn passies is muziek. Niet bepaald vreemd voor iemand die zoon van een musicus is. Als kind opgegroeid met een contrabas, trompet, trombone en saxofoon studerende pa (Henk van Vorstenbosch uut Berg en Dal) zijn de noten min of meer in je systeem gaan zitten. En geen kunstvorm die directer is dan de muziek, geen kunstvorm die je meer kan beroeren, die emotioneel meer met je doet. Persoonlijk heb ik in mijn jonge jaren drums gespeeld, maar het bleef bij een prettig experiment, zo muzikaal als pa was ik nu eenmaal niet en een mens moet zijn beperkingen kennen. Doordat pa in de jazzmuziek zat, zoals hij altijd placht te zeggen, kwamen er nogal eens musici van formaat bij ons op visite in Berg en Dal. De ene keer was dat bijvoorbeeld de pianist van de Dutch Swing College Band, de andere keer weer een rietblazer van de Skymasters of orkestleider Malando zelf. De bekende Nijmeegs/Arnhemse jazzdrummer Pierre Courbois, ook een goede vriend van pa, was er eveneens geregeld te treffen. Als beste slagwerker van het westelijk halfrond was hij er overigens persoonlijk verantwoordelijk voor dat ik de trommelstokken definitief aan de wilgen heb gehangen. Toen hij eens in mijn oefenhok achter mijn potten en pannen plaatsnam en een paar van zijn fameuze roffels ten beste had gegeven, besefte ik voorgoed dat mijn toekomst elders lag. Qua talent en techniek was zijn spel zoveel lichtjaren beter dan het niveau wat ik zelf met dagelijks urenlang oefenen had bereikt, dat ik mijn drumstel dezelfde week nog in de krant heb gezet. Soms moet een mens hard zijn voor zichzelf, dan maar geen musicus. Pierre Courbois maakte niet alleen faam als virtuoos slagwerker, hij is ook een heuse techneut, iemand die tal van innovaties heeft aangebracht aan de drumkit, iets waaraan zijn achtergrond als edelsmid tot op zekere hoogte zal hebben bijgedragen. Pierre’s verbeteringen aan de pedalen zijn onder kenners en collega musici veelgeroemd en veelgebruikt. Wat Pierre niet gemeen had met de meeste van zijn collega jazzmusici, is dat hij geen drinker is. In feite was de Arnhemse drummer een witte raaf, want deze beroepsgroep heeft niet voor niets de reputatie dat ze van een flinke slok houden. Het laat zich dan ook raden dat de bezoekjes van collega-toonkunstenaars veelal gepaard gingen met de nodige sterke drank en soms zelfs uitmondden in heuse jamsessions in de, toch al krappe, huiskamer. Met name als pa weer eens wat andere musici had opgetrommeld om toch vooral ook langs te komen, want die-en-die zaten er ook. Vaak was het dan ook bal bij ons thuis, hetgeen verliep volgens het navolgende schema. De bezoekende musicus arriveerde veelal in de late namiddag en het duurde nog geen uur of pa had zijn blaasinstrument al in de mond om weer een of ander jofel nummer voor te spelen onder het motto: beter hard geblazen dan de mond verbrand. Intussen had de koffie met koek plaatsgemaakt voor bier en was de ander al op weg naar zijn auto om ook zijn toeter erbij te halen, waarna beide heren zich muzikaal uitleefden in de nieuwste compositie van Duke Ellington of Count Basie en trompet en saxofoon door de buurt schalden, iets waar trouwens destijds niemand mee zat. Integendeel, men vond het wel gezellig als pa en zijn vrienden weer eens muzikaal uitpakten. Er was echter een voorwaarde, de directe buren hadden een vast verzoeknummer, dus knalde pa er als regel even: Oh when the Saints doorheen en dan kon men bij de omwonenden die dag geen kwaad meer doen. Mijn moeder slofte intussen naar de plaatselijke slijter om nog wat extra bier in huis te halen, teneinde hiermee te voorkomen dat pa en zijn gast(en) op 11-kroegentocht gingen, want dan was het hek helemaal van de dam en kwamen de heren strijk en zet pas tegen het ochtendgloren thuis met een taxi en dat kostte een lieve duit en veel geld was er destijds nu eenmaal niet. Legendarisch was het bezoek dat de Surinaamse musicus Kid Dynamite bij pa aflegde. Dit lijvige heerschap hield meer van blowen dan van bier en in no time stond de kamer dan ook blauw van de marihuana. Omdat we eind jaren vijftig schrijven en men bij ons in het dorp sinds het vertrek van de geallieerden na afloop van de tweede wereldoorlog geen Afro-Amerikaan meer had gezien, kwam de buurt natuurlijk aapjes kijken met als gevolg dat iedereen die even met pa kwam praten om deze jazzgrootheid te aanschouwen, de huiskamer apestoned verliet en buiten aangekomen languit over het tuinhekje heen flikkerde. Een andere gast die – vanwege de gemeenschappelijke voorliefde voor gerstenat – eveneens veelvuldig bij mijn pa te treffen was, was Jan van Halen, vader van de Alex en Edward van Halen, beter bekend onder hun artiestennaam Van Halen. Vaak bracht Jan beide jongens mee, waarna ik ze, tussen de ranja door, maar wat op mijn drumstel liet rammen. Naderhand is het gezin Van Halen met de boot naar Amerika geëmigreerd, Alex en Eddy waren toen nog echte snotapen en maakte nog geen muziek. Nadat ze in Amerika waren gearriveerd, ontving mijn pa nog een brief van Jan, die schreef dat hij tijdens de overtocht zoveel had gezopen, dat hij zijn drankrekening niet meer kon betalen. Voor straf moest hij toen bij het boordorkest aanschuiven. Altijd nog beter dan afwassen, schreef pa terug. Jaren later, toen het contact tussen Jan en mijn pa inmiddels was verwaterd, werd Van Halen een van s’werelds beroemdste rockbands. Hun eerste mega-hit was Running With the Devil en ik heb wel een idee wie die duivel was, dat was ongetwijfeld koning alcohol oftewel de drankduivel. Zowel Jan als zoon Eddy waren namelijk notoire alcoholisten! De appel viel wat dat betreft niet ver van de boom, vader Jan verscheen vroeger al regelmatig aangeschoten op een schnabbel met pa en zoon Eddy hield die traditie erin door jaren later ook menigmaal straalbezopen op een podium te verschijnen, zoals die keer dat de band als hoofdact op Pinkpop stond. Los daarvan wisten zowel vader als beide zoons fraaie tonen uit hun instrumenten te toveren, het is boven elke twijfel verheven dat Eddy van Halen een van de meest toonaangevende rockgitaristen van zijn generatie is. Luister maar eens naar zijn magistrale gitaarsolo in Michaels Jacksons Beat it! Van die Michael Jackson horen we de laatste tijd trouwens ook niets meer, volgens mij is ie een beetje uit gebeat. Nu ja, mijn een biet…

Geplaatst door CURSIEFJE op 2 november 2006.