02 Windkracht 13

Den Helder Actueel :
Géén Hapklare Brokken !
© Gerard Hoekmeijer 24/11/2008

Alles was een beetje anders dan anders, afgelopen zaterdagavond in galerie Windkracht 13. De band begon verrassend ruim een kwartier te vroeg – zéker geen Helders kwartiertje! Het publiek druppelde tot ver in de eerste set binnen en…..er was géén rookgelegenheid in de galerie! Een jazzclub zonder rook? Dat is als zuurkool zonder worst……érger nog! Het zal allemaal de schuld zijn van de 5/4 maat, dit onregelmatige gedoe……..
Opener ‘Rééducation Blues’ gaf ons de gelegenheid te wennen aan de oneven maat, terwijl blues toch doorgaans in even 4/4 gespeeld wordt. Ik was waarschijnlijk niet de enige toehoorder, die vanaf dit begin zat mee te tellen: een, twee, drie , vier, vijf……verdomd, ja… Van de muzikanten hoorde ik later, dat juist in een eenvoudige blues de 5/4 het uiterste van de concentratie vraagt, want….’je bent zo de weg kwijt….’
Van blues naar bebop in ‘Unsquare Roots’, waarin de band heerlijk swingend los kwam en er lekker ‘vet’ gesoleerd werd. De voor trombonist Ilja Reijngoud ingevallen Jan Menu weerde zich ijzersterk met zijn ronkende en grommende baritonspel. Het Mingussiaanse ‘Opaque’ – ingeleid door een fraaie bassolo van Niko Langenhuijsen – was een van de hoogtepunten van dit concert van laureaat Pierre Courbois, de Boy Edgar prijswinnaar van 2008 en zijn 6tet. Saxofonist Jasper Blom gaf met een gepassioneerde sopraansolo zijn visitekaartje af.
Na de blues en bebop ontkwam ook latin met het dampende ‘Insonorisé’ niet aan de Courbois-touch – ik had het tellen toen echter al lang opgegeven. Frappant is wel dat je toch snel gewend raakt aan die onevenheid! Er wordt wel eens gefilosofeerd over het natuurlijke van de 4/4 maat als ‘ritme van de hartslag’, maar na dit concert heb ik daar toch ook weer mijn twijfels over gekregen: die gekke 5/4 past ons óók………….
Waar een prijs en de daaraan gekoppelde clubtour goed voor is bleek uit het hechte samenspel van het sextet in dit toch lastige repertoire, dat geheel bestaat uit door Courbois geschreven en gearrangeerde stukken. Deze band zal hiermee ook buiten de landsgrenzen hoge ogen kunnen gooien, want dat hier iets unieks plaats vond, zal niemand zijn ontgaan.
Met het als ‘ballad’ aangekondigde ‘February 1953’ keerden we terug naar de sfeer van de jaren zeventig, naar Willem Breuker, ‘de Volharding’ en de free jazz periode van Courbois. Met stotend geblazen, gebroken akkoorden gaf de harmonische structuur en de melodie zich met moeite aan het publiek prijs in deze muzikale overdenking van de watersnoodramp in februari 1953. Zo was het voor het kleine zestigkoppige publiek beslist geen makkie, deze avond. Géén makkelijke, hapklare brokken, óók het publiek moest de nodige concentratie aan de dag leggen om deze pure jazz te kunnen waarderen. Maar dat deed het ook. Het was bovendien een genot om naar de maestro zelf te luisteren en kijken. Als een jonge hond zo gretig ging hij te keer op en achter zijn kit. Van fluisterzachte bekkenversiersels tot heftige riddle ’n roll erupties op de trommels.
Dat de sleet er bij Courbois nog lang niet in zit bleek bij zijn eerste lange solo aan het einde van de eerste set. Met je ogen dicht had er ook een drummer van een metalband kunnen zitten: razende 32ers met een dubbelbasspedaal geroffeld: topsport van een 60plusser! Na een terecht afgedwongen encore werd de avond passend afgesloten en kon een ieder goed gestemd en licht ontregeld in 5/4 stap naar huis ……………